Geliefde vrienden, “Dit alles is echter lang geleden”. Deze paar woorden staan midden in een rij van wel eindeloos lijkende geslachtsregisters (1 Kron. 4:22.). En inderdaad, het lezen van geslachtsregisters zal voor menigeen een droge of zelfs vervelende aangelegenheid zijn.
Toch heeft God er wel een bedoeling mee, want anders stonden ze niet in de Bijbel. Ook stambomen zijn Gods Woord. Bij een nadere beschouwing van het geslachtsregister van Jezus stuiten we niet op een algehele onberispelijke reeks voorouders. Er zijn daar een paar bepaald niet roemrijke voorouders te vinden: Tamar, die zich als prostituee verkleedde om zwanger te worden van haar schoonvader, Bathseba, die met Uria was getrouwd en zich met David inliet, Rachab, die een hoer was. Voor God speelde dat alles echter geen rol. Hij zond Zijn Zoon Jezus Christus naar een verloren, zondig geslacht. Zo werd Jezus volkomen mens, zonder dat Hem echter ooit ook maar één zonde heeft bevlekt (2 Kor. 5:21). Jezus werd weliswaar vaker de ‘Zoon van David’ genoemd, maar Zelf beroemde Hij Zich niet op een koninklijke afkomst. Ook Zijn familie zag Hij niet primair als bloedverwanten, want toen Zijn moeder en Zijn broers een keer met Hem wilden praten, zei Hij: “Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broers?” (Mat. 12:48). Dat was geen geringschatting, maar een aanwijzing naar wat werkelijk telt; kijk maar naar de verzen 49 en 50 van hetzelfde hoofdstuk!
Als Gods Woord zegt: “Dit alles is echter lang geleden”, dan zegt het daarmee dat het geen nut meer heeft om je daar nog diepgaand mee bezig te houden of er zelfs nog over te ruziën. Paulus zegt in zijn eerste Brief aan Timotheüs heel duidelijk: “Ik ... heb u ertoe opgeroepen ... om sommigen te bevelen ... zich ook niet bezig te houden met verzinsels en eindeloze geslachtsregisters” (1 Tim. 1:4). Ook aan Titus schrijft Paulus deze vermaning: “Maar ontwijk dwaze vragen, geslachtsregisters en ruzies en strijdvragen over de wet, want die zijn nutteloos en zinloos” (Tit. 3:9).
Laten we 1 Kronieken 4:22 eens op onze relatie tot onze voorouders toepassen. Velen van ons hebben foto’s van ouders en grootouders aan de muur hangen. En dat mag ook gerust. Soms is het dan bijna een vooroudergalerij waar men trots op is, vooral als men uit een aanzienlijke familie stamt. Met de middelen die ons tegenwoordig ten dienste staan is het ook eenvoudiger geworden om er snel achter te komen of men misschien uit een prominente familie stamt, want er zijn heel wat websites die op dit punt hulp bieden.
Zeker, er staat geschreven: “Eer uw vader en uw moeder” (Ex. 20:12). In Mattheus 10:37 perkt Jezus dit wat in: “Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard”. En Hij gaat nog verder. Hij betrekt er niet alleen onze voorouders in, maar ook onze nakomelingen: “...en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard”. Hier kan de Bijbel een gevoelige snaar raken. Want menigeen is niet alleen trots op wat hij allemaal gepresteerd heeft, maar ook apetrots op zijn kinderen, vooral als zij met de hoogste cijfers hun schooldiploma halen. Dat kan het gebeu- ren dat men ze gewoonweg vereert. Wat eigen eer en familie-eer betreft, is Paulus een groot voorbeeld voor ons. Hij die alle reden had om met zijn afstamming en opleiding, met zijn hele reputatie te pronken, beschouwde het allemaal als waardeloos. Hij zei van zichzelf: “... besneden op de achtste dag, uit het geslacht van Israel, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën ... in de wet ... onberispelijk. Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus’ wil als schade beschouwd” (Fil. 3:5,7). Niet onze afstamming, niet de verdienste van onze ouders, niet onze eigen werken, ook niet onze ‘prijzenswaardige’ levensloop of de carrière van onze kinderen maken ons waardig en rechtvaardig voor God! Wat telt is enkel en alleen onze positie in Jezus Christus en onze relatie met Hem!
In hartelijke verbondenheid
Peter Malgo










